Categorie archief: Handwerkhistorie

Mijn handwerkjeugd-04

Stramien en katoen

0106 Aan het fotootje te zien ben ik alweer een stapje verder gevorderd in mijn handwerkloopbaan. Met katoen randjes borduren op een lap stramien! Deze was in het begin altijd heel stijf, maar werd handelbaarder naarmate mijn werkje vorderde.

Het zomen van het lapje vond ik een naar en langdradig karwei. Het lukte dan ook niet al te best; dat is duidelijk te zien. Maar daarna kon het feest beginnen. Met zelfgekozen kleurtjes ging ik randjes borduren in de kruissteek. De eerste drie waren verplichte nummers, maar daarna mocht je je eigen randjes kiezen.

niet allemaal dezelfde kant uit
niet allemaal dezelfde kant uit

Het besef dat alle kruisjes dezelfde kant op moesten, was bij mij niet zo sterk aanwezig maar Juf was denk ik al blij met alles dat althans de vorm van een kruisje had. Dat er ook een achterkant aan zat, die ook min of meer moest ogen… daar werd niet op gelet.

de achterkant oogt wat rommelig
de achterkant oogt wat rommelig

Het werken met al die kleurtjes, en vooral het uitzoeken ervan, vond ik echt het allerleukste om te doen.

Ach, waren alle handwerkopdrachten maar zo leuk geweest … dan zat ik misschien nu niet achter een beeldscherm maar aan een grote tafel met een vergrootglas en een ingewikkeld handwerk-in-wording.

Mijn handwerkjeugd – 03

0103Dit is het allereerste handwerkje dat ik maakte op de Jan Ligthartschool in IJmuiden.
Ik denk dat ik toen in de tweede klas zat, bij Juffrouw Jansen. Rond 1957 dus.
De stof, jute, is nog behoorlijk grof en we werkten met dik borduurkatoen. Ik vond het een heel leuk werkje, vooral het uitzoeken van de kleuren.
Het allermooiste moment was toen ik de rand had afgewerkt met de festonsteek en de overtollige draden mocht verwijderen. Dat was kicken!

Mijn handwerkjeugd-02, aanleiding

Inleiding

Handwerken op de lagere school … voor mij aan de ene kant lijden als er iets nuttigs gemaakt moest worden (babybroeken, babysokken) aan de andere kant plezier en voldoening als we mochten borduren en zelf patronen en kleuren mochten uitzoeken. We vonden het in die tijd ook nog heel normaal dat de jongens naar handenarbeid gingen, maar wij meisjes naar handwerken. Nuttige handwerken, zo heette dat op de rapporten van toen. Nog steeds woekert de discussie voort over het nut van handwerken tegenover dat van handenarbeid. Op de vrije scholen krijgen de jongens en de meisjes dezelfde vaardigheden aangeleerd.

IMG_6055

Op bovenstaande foto kun je zien hoe de nuttige handwerken voor het nageslacht bewaard bleven. Mijn moeder had ook zo’n boek waar ik vroeger mee speelde. Waar het gebleven is? Weggegooid bij de laatste verhuizing denk ik.

Waar komt die voorkeur voor het een of het ander uit voort, behalve uit het reproduceren van hoe het er thuis aan toe ging? In mijn tijd kregen meisjes trouwens standaard gewoon meisjesspeelgoed en de jongens stoere constructiedozen. Met mijn voorkeur voor Mobaco (wie kent het nog), Lego, Wieltje Prik etc. deden mijn ouders niets. Zou er een architect in mij verloren gegaan zijn? Ik “speelde” met mijn Barbiepop, voornamelijk omdat ik die van oma had gekregen. En oma was mijn idool! Alle tantes leverden Barbiekleertjes-op-maat, maar meer dan aan- en uittrekken kon je daar niet mee. Zelf kleertjes maken was voor mij, ondanks het naai- en breionderwijs vele bruggen te ver.

Aanleg of opvoeding?

Aanleg dus.

Ook in mijn latere leven, zelfs nu nog, hield ik me bezig met zaken die het leven aangenamer maken. Een leuk stukje schrijven, een leuk muziekje spelen. Alles. Als het maar niet nuttig is. En hoewel uit hetzelfde conservatieve nest, heeft broerlief ook nooit iets nuttigs geproduceerd buiten zijn werk om. Timmeren, breien, schilderen, naaien, nee niet voor ons.

Ik vond bij mijn laatste verhuizing een zak vol handwerkjes die ik zelf gemaakt had. Een afspiegeling van het handwerkonderwijs uit die tijd maar ook een stukje persoonlijke ontwikkeling en creativiteit. Ik zal u daar regelmatig iets meer over vertellen en ook laten zien.

Mijn handwerkjeugd-01, inleiding

vliegenzwam.02

Voorwoord

Een levensgeschiedenis kun je weergeven in allerlei thema’s.  Toevallig kwam ik van de week een grote zak handwerkjes tegen die in verschillende levensperiodes gemaakt zijn.  Handwerken … dat is haast niet meer van deze tijd en de zeldzame keren dat je iemand met draden bezig ziet is om de snoertjes van de koptelefoon te ontwarren.

 
Ook ik heb via een leven van studeren en 12 jaar lang intensief kalligraferen de smaak van de computer en alles wat daarmee samenhangt te pakken gekregen. Nu ik bezig ben met het optekenen van andermans levensverhalen, viel mij in dat “handwerken” een prima onderdeel van een levensgeschiedenis kan vormen.
Omdat ik dit blog begonnen ben, en daarmee ook mijn eigen geschiedenis ben gaan vormgeven, dacht ik gewoon: prima thema voor mezelf, ga ik doen.
De keuze voor dit handwerkje maakte ik als volgt.
Het is herfst en daarmee paddenstoelentijd.
De vliegenzwam is een paddenstoel die altijd zeer tot mijn verbeelding heeft gesproken.
Dit handwerkje kwam geheel vrijwillig tot stand, ergens tussen mijn 12de en 18de jaar.